Stilte

(Mijn bijdrage aan het themanummer ‘Stilte’ van tijdschrift InZicht, nr. 04/2016).

Jarenlang zat ik wekelijks op de School voor Praktische Filosofie en Spiritualiteit. Heerlijke avonden vond ik dat. We praatten en discussieerden over het leven, over filosofen en hun wijze uitspraken, en we werden aangezet tot onderzoek en meditatie.
Wat voor mij – achteraf gezien – het meest life-changing is geweest, was denk ik toch een iedere week terugkerende meditatieoefening, die ik thuis ook dagelijks deed. Hij ging als volgt:
‘Luister naar de geluiden in deze ruimte… Luister naar de geluiden buiten deze ruimte… Luister naar het meest verre geluid dat je hoort… Luister naar de stilte achter deze geluiden.’
En dan bleef het een half uur stil. Vooral die ‘stilte achter deze geluiden’, dat is toch briljant! Dan is er connectie met dát waar alles in verschijnt en ook weer verdwijnt. Waar ook de ‘personage Linda’ in verschijnt. Alleen begreep ik dat toen nog niet. De oefening was voor mij vooral gekoppeld aan ‘het doen van meditatie om meer rust in en met mezelf te vinden’, waarbij ik nog steeds ‘de doener’ was en een hoger – en bovenal gelukkiger – doel nastreefde. Ik probeerde een half uur lang die stilte te pakken en werd daarin duizend en één keer afgeleid. Het was daarnaast alleen gekoppeld aan mijn zintuig ‘horen’ en ik nam de stilte letterlijk.
Wellicht was deze oefening het zaadje in de grond, waar ik pas later van kon oogsten. Ineens was daar het inzicht. Deze stilte, het is er altijd en overal, zelfs in de grootste teringherrie. Want er moet al stilte zijn om geluiden te kunnen horen. Een gedachte of gevoel kan alleen verschijnen als er iets is om in te verschijnen.
Stilte, dat is wat ik wérkelijk ben. De blauwe lucht waaronder de wolken bewegen, de oceaan waarin ‘ik’ als golf verschijn.
Bam.
Sindsdien voel ik niet meer de behoefte om te mediteren. Waarbij ik niet uitsluit dat ik het niet weer eens ga doen. Maar dan zonder ‘doener’. Het is dan geen activiteit meer, maar dat wat simpelweg plaatsvindt in de dragende stilte, niet meer of minder verheven dan een biertje drinken in de kroeg.

Stilte

Van uitstrijkje naar filosofie

‘Ervaar het geluk van het “zo maar zijn”, wereldwijs en onbezorgd, stevig als een boom en licht als een blaadje’.
Deze tekst sprak me zo’n 5 jaar geleden aan in de folder, die ik in het rek zag staan bij de huisarts. En door mijn o zo pijnlijke uitstrijkje destijds zit ik sindsdien iedere maandagavond op de School voor Praktische Filosofie en Spiritualiteit. Daar filosoferen we met jong en oud over ‘datgene in het leven waar het werkelijk om gaat’. Een inspirerende zoektocht naar inzicht en zelfkennis.
Er wordt geen geloof of religie aangehangen, wat perfect past in mijn nogal vrije geest, welke wars is van dogma’s.
Jezus, Boeddha, Krishna, Sri Shantananda Sarasvati, Socrates, Plato, Shakespeare; ze komen allemaal voorbij. Wat een interessante, inspirerende en wijze mannen!
Al vraag ik me inééns af waar de interessante, inspirerende en wijze vrouwen zijn gebleven?! Even mijn inmiddels dikke filosofische map met hand-outs doorbladeren…alleen maar mannen. Zucht. Dit haalt mijn 5-jarig enthousiasme even omlaag. Komende maandagavond maar eens informeren of ik nog wijze vrouwen kan verwachten de komende jaren dat ik er mogelijkerwijs vertoef.

Wekelijks krijgen we een opdracht mee naar huis. Opdrachten met als doel een beter mens te worden. Zoiets als ‘wat zou een wijze man of vrouw doen in deze (lastige) situatie’. Deze staat op nummer 1 in mijn oefeningenlijstje. Of ‘zie de persoon vóór je, als voor de eerste keer’. En die heb ik al vaak, maar tot nog toe zonder heel veel succes, beoefend. Probeer het maar eens bij iemand bij wie je vol zit met oordelen, iemand die je al binnen een seconde weet leeg te zuigen. Ik bedenk me de oefening en vrijwel onmiddellijk daarna zie ik wat voor een loser die persoon toch wederom is. Opdracht wederom mislukt. Maar ik blijf oefenen, écht.
‘Dat wat voor je is, is je leermeester’, ook zo’n leuke. Ik snap echt wel dat je overal wat van kan leren, ook al is ‘dat wat voor je is’ nog zo vervelend, pijnlijk of irritant. Ik denk gelijk terug aan die keer dat ik me voorstel aan mijn patiënt voor wie ik die avond ga zorgen. Mijn collega waarschuwt al dat ze in de war is. Geen probleem. ‘Dag mevrouw, ik ben Linda de Roos en ik zorg vanavond voor u’, waarop mevrouw gelijk antwoord ‘écht niet’. ‘Nou mevrouw, toch echt wel,…’ en voor ik mijn zin af kan maken gilt mevrouw door de kamer (met intercom aan naar de gang, heel gênant) ‘kútwijijijfff…..’ en heb ik ook haar harde vlakke hand met een klap tegen mijn wang. Van schrik moet ik lachen, wat mevrouw uitnodigt om er nog wat vloekwoorden achteraan te gooien. Of ik heb haar in een vorig leven ook een keer wat aangedaan, of ik mag nu geduld en mededogen oefenen. Dat laatste heb ik gedaan, waardoor mijn collega’s en ik vervolgens de hele avond ‘Ademnood’ van Linda, Roos en Jessica door de intercom over de IC horen galmen. Hoe vals ook, zingen is zoveel leuker dan vloeken.

Voor deze week hebben we een kleine hersenkraker mee naar huis gekregen. Althans, dat vind ik. Wat maakt dat je van iemand houdt als je alles wat die persoon tot een zo leuk persoon maakt, weglaat. In eerste instantie denk ik dat ik iemand leuk vind omdat zij zo spiritueel en inspirerend is voor mij. Of vind ik haar leuk omdat ik zo met haar kan lachen dat ik er bijna van in mijn broek plas. Is het de goedkeuring en de bevestiging van die ander die mij zo goed doet voelen. Vaak zijn de mensen van wie je houdt je zo dierbaar omdat je een gemeenschappelijke deler hebt, is er iets in die vriend/vriendin wat je raakt, inspireert, of energie geeft. Misschien soms zelfs voor eigen gewin? Maar wat als de gemeenschappelijke deler wegvalt. Als al het andere er even niet is? Al filosoferend snap ik ineens waar mijn docente heen wil. Het onderscheid tussen alles wat vergankelijk en dus voorbijgaand is, en het onvergankelijke, ofwel het eeuwige. Dan is de liefde de zielevonk die opspringt in het kontakt, de momenten waarin je samen één bent door zelf in eenheid te verkeren. Dan maakt het geen zak meer uit of zij die eigenschap heeft die jij zo enorm leuk vindt, of niet.

En weer is er het bewijs dat een pijnlijk moment in het leven altijd een kado in zich draagt. Filosofie is een groot kado in mijn leven. Dankzij mijn o zo pijnlijke uitstrijkje.

Namasté!
(de ziel in mij groet de ziel in jou)